Duivendrecht moet dorps blijven
Duivendrecht moet groen, kleinschalig en dorps blijven. Dat is de kern van de pitch voor het coalitieakkoord 2026-2030 waarin leefkwaliteit en sociale samenhang centraal staan. In plaats van verdere verdichting en hoogbouw pleit de stichting voor het behoud van de menselijke maat: laagbouw, ruimte tussen woningen en veel groen.
Leefbaarheid boven aantallen
Volgens de stichting Vrienden van Duivendrecht is juist dat karakter de kracht van Duivendrecht. Bewoners kennen elkaar, ontmoeten elkaar in de openbare ruimte en profiteren van een rustige, overzichtelijke leefomgeving. Verdichting en hoogbouw zetten die kwaliteiten onder druk en leveren volgens hen vooral schijnwinst op: meer woningen, maar minder leefbaarheid.
Ontwikkelen met oog voor schaal
De visie betekent niet dat ontwikkeling stil moet staan. Integendeel: er wordt gepleit voor slim en zorgvuldig bouwen dat past bij het dorp. Kleinschalige herontwikkeling, renovatie en verbetering van bestaande woningen krijgen de voorkeur boven grootschalige nieuwbouw, zoals urban flats.
Projecten in lijn met groen en kleinschalig
Projecten moeten hier volgens de stichting op aansluiten. Het nieuwe dorpsplein moet een groen en uitnodigend hart worden, met ruimte voor ontmoeting en verblijf zonder grootschalige bebouwing. Elementaire maatschappelijke voorzieningen zijn aanwezig, inclusief een dependance voor burgerzaken. Ook de plannen voor de Bloemenbuurt bieden kansen om woningen te verbeteren, mits het groene karakter en de kleinschaligheid behouden blijven.
Groei op de juiste plek
Voor de grotere woningopgave wordt nadrukkelijk gekeken naar ontwikkelingen buiten het dorp zelf, zoals Werkstad Overamstel en de nieuwe kern. Daar is volgens de stichting meer ruimte voor stedelijke dichtheid, waardoor Duivendrecht zijn eigen identiteit kan behouden.
Sterke inspraak voor inwoners
Naast ruimtelijke keuzes pleit de visie ook voor meer lokale zeggenschap. Denk aan een dorpsraad of een burgerberaad waarin inwoners meedenken over de toekomst van hun dorp. Ook wordt een bredere bestuurlijke verkenning voorgesteld: past de huidige positie van Duivendrecht nog, of zijn alternatieven denkbaar, zoals intensievere samenwerking of aansluiting bij Diemen?
Meer weten?
De Vrienden van Duivendrecht benadrukken dat deze koers niet alleen gaat over behoud, maar juist over toekomstbestendigheid. Groen en ruimte zijn essentieel voor klimaatadaptatie, gezondheid en leefkwaliteit.
De volledige pitch en onderbouwing zijn te lezen op de website van de stichting, zie onderstaand:
Wat zeg je? Op Drechtje!

Het lijkt mij helaas een zinloze exercitie. Waarom? De verkiezingsprogramma’s zijn duidelijk en de de 3 coalitiepartners moeten daar nu zien uit te komen. Namelijk door met elkaar te onderhandelen wat elkaar daarin verbindt en door verschillen met aanvaardbaar beleid te overbruggen. Er is nog nauwelijks een glimp van een dergelijk coalitieakkoord. Dat is dus verkeerde participatie om in dit stadium inwoners, ondernemers, etc. erbij te betrekken. Om 2 beoogde wethouders van buiten, zonder roots in onze dorpen met waarschijnlijk veel ambitie betreffende hun cv te pleasen, lijkt mij te voorbarig.. Een en ander maakt duidelijk dat participatie in een later stadium een democratisch gebaar had kunnen zijn. Zie ook de column van Rob Fijlstra, vandaag gepubliceerd.
Je schetst het proces bijna zo strak dat je zou denken dat het script al af is en wij alleen nog figurant zijn.
Maar juist daarom is het idee dat participatie ’te vroeg’ komt zo heerlijk optimistisch. Alsof er straks een magisch moment is waarop alles al besloten is – pardon, ‘uitonderhandeld’ – en inwoners dan nog even mogen aangeven welke kleur de gordijnen krijgen. Democratie als afterparty.
Je hebt gelijk dat coalitiepartners eerst hun verschillen moeten gladstrijken. Alleen gebeurt dat meestal achter gesloten deuren, met koffie, compromissen en zinnen waar niemand zich echt in herkent. Als bewoners dan pas mogen aanschuiven, is het geen participatie meer, maar een beleefde rondleiding door een huis dat al is ingericht.
Sterker nog: als participatie pas komt ná het akkoord, is het vooral een manier om te zeggen: ‘Kijk, we hebben geluisterd.’ Waarna er vervolgens niets meer verandert, behalve misschien de formulering van al genomen besluiten.
Dus ja, misschien is dit ’te vroeg’. Maar wachten tot het ‘goede moment’ betekent in de praktijk vaak: wachten tot het geen verschil meer maakt.
En dat is pas echt een zinloze exercitie.